Motorische ontwikkeling bij kinderen
Medeoprichter MagicHolz
Lars is een gepassioneerde oprichter met een sterke ondernemersgeest. Samen met de klanten worden er steeds nieuwe producten ontwikkeld, wat invloed heeft op puzzelaars, hobbyisten en puzzelfans. Naast de zakelijke uitdagingen zoekt Lars ook in zijn vrije tijd naar steeds grotere uitdagingen.
Inhoud

    De motorische ontwikkeling bij kinderen laat een zorgwekkende trend zien – dat blijkt in ieder geval uit een langetermijnonderzoek dat het RKI in 2017 heeft gepresenteerd alsde 'MoMo-studie'. Volgens de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie moet een kind 60 minuten per dag bewegen. Als je een peuter ziet spelen, zou je snel kunnen denken dat 60 minuten makkelijk gehaald worden. 

    Maar het onderzoek laat iets anders zien: maar 15% van de kinderen lijkt nog aan deze hoeveelheid beweging te komen. Omdat te weinig bewegen bij kinderenkan leiden tot gezondheidsproblemen, is dit een zorgwekkende trend. Gelukkig kan dit met een beetje stimulering worden tegengegaan! 

    • Met gerichte stimulering kan de motorische ontwikkeling van kinderen worden ondersteund.
    • Kinderen kunnen makkelijk motorische vaardigheden ontwikkelen, als ze maar de kans krijgen!
    • Met gerichte training kunnen de motorische basisvaardigheden op een speelse en leuke manier worden gestimuleerd.
    • De lichamelijke en motorische ontwikkeling is superbelangrijk voor de gezondheid van onze kinderen.

    Wat bedoelen we met motorische ontwikkeling? 

    De motorische ontwikkeling wordt beïnvloed door een paar dingen die te maken hebben met de omgeving, onze genen en hoe we ons cognitief en biologisch ontwikkelen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de ontwikkeling van de fijne motoriek en de grove motoriek.

    De motorische ontwikkeling wordt meestal omschreven als de ontwikkeling van bewegingen van het menselijk lichaam. Hierbij wordt weer onderscheid gemaakt tussen de 

    grove motorische vaardigheden van 

    • Hoofd, 
    • Schouder, 
    • romp, 
    • Becken, 
    • Armen en benen 

    en de fijne motoriek van 

    • Vingeren, 
    • tenen 
    • en gezichtsspieren. 

    Motorische vaardigheden gaan niet alleen over het trainen van spieren, maar ook over hoe je hersenen en lichaam samenwerken. Door motorische vaardigheden te stimuleren, kun je ook het concentratievermogen van kinderen verbeteren.

    Hoe motorische ontwikkeling bij kinderen verloopt 

    De motorische ontwikkeling van een kind hangt niet alleen af van zijn omgeving, maar ook van zijn fysieke gesteldheid. Zo ontstaan verschillende fasen van motorisch leren.

    De ontwikkeling van de botten kan een rol spelen en invloed hebben op je evenwichtsorgaan en coördinatie.

    Eigenlijk begint de motorische ontwikkeling waarschijnlijk al in de baarmoeder. Daar doet de groeiende foetus zijn eerste lichaamservaringen op. We zien de ontwikkeling echter pas na de geboorte.

    Als je naar je kinderen kijkt, zie je dat veel bewegingen die wij als vanzelfsprekend beschouwen, door kleine kinderen eerst moeten worden geleerd. Zo is 'in de handen klappen' voor ons heel eenvoudig. 

    Als we kijken naar een peuter die deze beweging voor het eerst nadoet, zien we dat zelfs deze beweging eerst moet worden geleerd. Pas na een paar keer wordt de beweging vanzelfsprekend. Andere uitdagingen in de grove en fijne motoriek komen later in de motorische ontwikkeling door de verschillende leeftijdsgroepen: 

    • Rennen, 
    • Springen 
    • en de uitdaging om een strik te maken.

    Veel mensen leren dit niet meer, maar maken in plaats daarvan twee strikken aan elkaar vast. Dat kan ook, maar het helpt iets minder bij de fijne motoriek dan een echte strik. De leeftijd van het kind is belangrijk voor de mijlpalen in de motorische ontwikkeling.

    De motorische ontwikkeling van baby's in het eerste levensjaar

    Even een opmerking vooraf: 

    De ontwikkeling van kinderen kan heel verschillend zijn. Het volgende is dus maar een ruwe richtlijn. Het is niet erg als een kind een ontwikkelingsstap pas later zet.

    De motorische ontwikkeling in het eerste levensjaar gaat gepaard met een paar 'mijlpalen' waar veel ouders echt naar uitkijken. Denk bijvoorbeeld aan op de buik draaien, het bovenlichaam optillen en dingen vastpakken. Ook hier maken we onderscheid tussen grove en fijne motorische ontwikkelingsstappen. 

    Omdat elk kind zich op zijn eigen manier ontwikkelt, leren sommige baby's de volgende vaardigheden pas als ze 1,5 jaar oud zijn, maar als richtlijn geldt hier het eerste jaar.

    Grofmotorische vaardigheden die meestal in de eerste 12 maanden worden geleerd:

    • 2-5 maanden: Het hoofdje wordt in buikligging opgetild.
    • Vanaf 6 maanden: De baby begint zelfstandig om te draaien – van zijn buik naar zijn rug en later ook andersom.
    • Vanaf 9 maanden: De drang om te bewegen wordt sterker, in het begin meestal door 'vooruit te kruipen'.
    • Tot ongeveer 10 maanden: de baby leert zelfstandig zitten en begint zijn voorwaartse bewegingen te verbeteren. In deze periode gaat het kruipen meestal over in kruipen.
    • Tot ongeveer 12 maanden: Het kind trekt zichzelf aan meubels of andere dingen om te gaan staan.
    • Vanaf 12 maanden: je kind begint zijn eerste stapjes te zetten.

    Fijne motorische vaardigheden die meestal in de eerste 12 maanden worden geleerd:

    Bij de fijne motoriek kan het moment waarop kinderen dingen leren soms heel verschillend zijn. Kinderen leren door na te doen – om deze ontwikkeling te stimuleren, helpt het dus om de bewegingen voor te doen aan het kind.

    • Vanaf ongeveer 5 maanden: het kind brengt zijn handjes bij elkaar – het leert klappen. Ook het leren van gericht grijpen gebeurt rond deze tijd.
    • Vanaf ongeveer 6 maanden: een voorwerp van de ene naar de andere hand verplaatsen.
    • Vanaf ongeveer 8-12 maanden: je begint je fijne motoriek verder te ontwikkelen en pakt dingen alleen nog maar met je duim en wijsvinger vast.
    • Vanaf ongeveer 9-11 maanden: de fijne motoriek ontwikkelt zich tot een 'pincetgreep', waarbij je alleen met je vingertoppen en duim pakt.
    • Rond 12 maanden: een pen kan worden vastgepakt en vastgehouden.

    De motorische ontwikkeling van peuters en kinderen

    De motorische ontwikkeling van kinderen tot 3 jaar en van kinderen tussen 3 en 6 jaar heeft ook een paar belangrijke fasen die bij de leeftijd passen. Deze worden bijvoorbeeld ook bij de controles bij de kinderarts aan het kind gevraagd. Zo kunnen dokters snel zien of het kind extra hulp nodig heeft.

    Grofmotorische vaardigheden die meestal in de eerste 6 jaar worden geleerd:

    • Vanaf ongeveer 18 maanden: trappen lopen met een kleine stap.
    • Vanaf ongeveer 1,5-2 jaar: je kleuter leert huppelen.
    • Vanaf ongeveer 18 maanden: je kind leert klimmen, meestal niet tot grote vreugde van de ouders. Dit is het moment waarop nieuwe veiligheidsvoorzieningen in huis meestal nodig zijn.
    • Rond 2 jaar: rond deze leeftijd wordt de grove motoriek van het lopen verder ontwikkeld en begint het kind te rennen.
    • Rond de leeftijd van 2 jaar: op dit moment worden bij het lopen grove en fijne motoriek met elkaar gecombineerd en leert het kind op zijn tenen te lopen.
    • Rond de leeftijd van 3 jaar: De kinderen beginnen nu ook met afwisselende stappen de trap op en af te lopen.
    • Vanaf 3 jaar: je kindje begint te balanceren.
    • Tussen 1,5 en 3 jaar: afhankelijk van hoe vroeg je je kind hierin stimuleert, kan het tussen 1,5 en 3 jaar leren rijden op voertuigen zoals een loopfiets of driewieler. Hier is voorzichtigheid in het verkeer geboden: kinderen kunnen hiermee erg snel worden, zonder dat ze gevaarlijke situaties goed kunnen inschatten.
    • Tussen 3 en 5 jaar: in deze tijd leren kinderen om op één been te balanceren, wat best lastig is.
    • Vanaf ongeveer 3 jaar: Nu moet het kind leren om een echte koprol te maken. Als dit niet wordt voorgedaan of aangemoedigd, komen kinderen er soms niet vanzelf op om deze beweging uit te voeren.
    • Vanaf ongeveer 5 jaar: je kunt nu overstappen van een loopfiets of driewieler naar een fiets. Vanaf deze leeftijd kan je kind ook zwemles volgen en leren zwemmen. Ook de jumping jack wordt op deze leeftijd geleerd.

    Fijne motorische vaardigheden die je meestal in de eerste 6 jaar leert:

    • Rond 1,5-2 jaar: de kinderen leren met mes en vork om te gaan.
    • Rond de leeftijd van 2 jaar: een pen kan nu in een vijfpuntsgreep worden vastgehouden, zodat met schrijven kan worden begonnen.
    • Met ongeveer 3-5 jaar: In deze tijd worden de tekenvaardigheden verder ontwikkeld. Nu kan niet alleen het potlood worden vastgehouden, maar kan het ook in verschillende vormen over het papier worden getrokken. Ook de druk van het potlood wordt in deze tijd geleerd.
    • Vanaf ongeveer 3 jaar: De kinderen kunnen zich nu meestal al zelf aankleden. Het dichtknopen van knopen duurt echter meestal nog wat langer.
    • Tussen 3 en 6 jaar: het moment waarop kinderen hun fijne motoriek leren, kan heel verschillend zijn. In deze periode moeten de vaardigheden echter zo ver worden ontwikkeld dat ze bijvoorbeeld vloeiend kunnen schrijven.

    Tot slot moet gezegd worden dat de verwachtingen over wat onze kinderen op een bepaalde leeftijd zouden moeten kunnen, echt veranderd zijn.

    In het oude boek "Werkbuch für Mädchen" (Werkboek voor meisjes) van Ruth Zechlin staat dat vijfjarigen alleen minder moeilijke handwerkjes moeten doen, zoals breien.

    Tegenwoordig verwacht niemand meer dat een vijfjarige op die leeftijd kan leren breien. We vinden het 'te moeilijk voor die leeftijd'.

    Bij een puzzel is het anders. Die zijn er met grote en kleine puzzelstukjes. Als je kind het leuk vindt, kunnen jullie samen een van onze houten puzzels van MagicHolz . 

    Houten puzzel van MagicHolz

    Wat beïnvloedt de motorische ontwikkeling?

    De motorische ontwikkeling wordt beïnvloed door verschillende dingen waar we soms wel en soms geen controle over hebben. Zo speelt bijvoorbeeld genetica een rol, waar we niks aan kunnen doen. Andere dingen, zoals

    • de woonplaats,
    • het sociale contact,
    • verschillende sporten
    • of de houding van de ouders ten opzichte van sportieve activiteiten kan zeker worden beïnvloed. 

    Meer literatuur over dit onderwerp is bijvoorbeeld: 

    Krombholz, H. (1999). Lichamelijke, zintuiglijke en motorische ontwikkeling in het eerste en tweede levensjaar. In Deutscher Familienverband (red.), Handboek ouderschapsvorming. Deel 1: Wanneer partners ouders worden. Blz. 533-557. Opladen: Leske + Budrich.

    Krombholz, H. (2005). Bewegingsbevordering op de kleuterschool – Een proefproject. Schorndorf: Hoffmann.

    Hoe kun je de motorische ontwikkeling van kinderen stimuleren? 

    De motorische ontwikkeling van onze kinderen is dus niet helemaal buiten onze invloed. Integendeel, met de juiste stimulering kan er veel worden gedaan voor de ontwikkeling. Met motorische oefeningen voor kinderen kan de motoriek van kinderen in alle stadia worden gestimuleerd.

    De fijne motoriek stimuleren 

    Om de fijne motoriek te stimuleren, is alles wat je met je vingers – of zelfs je tenen! – kunt aanraken en in elkaar zetten, geschikt. Zo is bouwen met blokjes of Lego een goede oefening voor de fijne motoriek. 

    Ook puzzelen helpt bij de ontwikkeling van de fijne motoriek of het bezig zijn met technische details zoals tandwielen of zelfgemaakte katrollen. Dit stimuleert ook het begrip van natuurkunde. Schilderen en tekenen zijn ook een goede manier om de fijne motoriek van kinderen te trainen.

    Grofmotoriek stimuleren 

    Grove motoriek kun je het beste stimuleren met bewegingsspelletjes, die je zowel binnen als buiten kunt doen. Klimmen, springen, rennen – dat stimuleert allemaal de motoriek. Als ouder moet je soms even de andere kant opkijken – niet alles wat kinderen doen, lijkt ons veilig genoeg en het risico op blessures is bij dit soort activiteiten natuurlijk aanwezig. 

    Als je het liever veilig houdt, kun je ook voor een sportclub kiezen. Daar is altijd iemand die op de kinderen let en ze zijn – anders dan bij het klimmen in bomen – bijvoorbeeld aan een klimwand vastgemaakt.

    Waarom is motorische ontwikkeling zo belangrijk?

    Evenwicht, bewegingscoördinatie en hand-oogcoördinatie zorgen niet alleen voor een beter lichaamsgevoel, waardoor kinderen en volwassenen zich meestal goed voelen.

    Zonder een gezonde dosis grove en fijne motoriek kunnen er ook lichamelijke problemen ontstaan. Spieren en zintuigen kunnen zich onder bepaalde omstandigheden niet optimaal ontwikkelen en lichaam en geest kunnen uit balans raken. 

    Door de samenwerking tussen hersenen en lichaam bij het ontwikkelen van motorische vaardigheden, kan door de motorische ontwikkeling ook hetprobleemoplossend vermogenwordenontwikkeld.

    Conclusie

    Motorische ontwikkeling is belangrijk voor alle kinderen. Dit geldt zowel voor de fijne motoriek als voor de grove motoriek. Het stimuleren van de motoriek kan de hele ontwikkeling van het kind ten goede komen en mag daarom niet worden verwaarloosd.

    Ontdek wat we nog meer te bieden hebben en lees verder!

    Veelgestelde vragen

    Als je geen antwoord op je vraag kunt vinden, neem dan gerust contact op met onze klantenservice via magicholz

    Problemen met de motorische ontwikkeling zie je meestal door vaak struikelen of vallen. Bij de fijne motoriek zie je een soort 'onhandigheid'. Het kind laat dingen vallen of kan geen stabiele bouwwerken maken met blokken.

    Maar: niet al deze 'onregelmatigheden' zijn een stoornis! Alleen als de symptomen heel vaak voorkomen of als kinderen hierdoor niet meer goed met anderen kunnen spelen, moet een arts om advies worden gevraagd. Ook de leeftijd van het kind is belangrijk: als het kind net leert lopen, is vaak struikelen of vallen bijvoorbeeld heel normaal.

    Terwijl 'beweging' gewoon het proces van bewegen zelf beschrijft, gaat motoriek over hoe onze zintuigen en spieren samenwerken.